Menu
Zoeken Annuleer

Schorsing en verwijdering

We hopen het nooit nodig te hebben, maar ondanks dat is het verstandig en verplicht om beleid te hebben voor schorsing en verwijdering. 

Wanneer een leerling de gedragsregels overtreedt die binnen de school gelden, dan kan hierop worden gereageerd met een opvoedkundige maatregel of een ordemaatregel.
Voorbeelden van opvoedkundige maatregelen zijn het geven van een moment buiten de groep, een gesprek, denktijd geven. Omdat deze maatregelen de rechtssfeer van de leerling slechts zijdelings raken, gaat het hier om feitelijk handelen. Dit betekent dat opvoedkundige maatregelen door een leerkracht aan een leerling kunnen worden opgelegd.

Naast opvoedkundige maatregelen bestaan er ook ordemaatregelen. Deze zijn in oplopende mate van zwaarte:
- De time-out;
- De schorsing;
- De verwijdering.

Omdat ordemaatregelen de rechtspositie van leerlingen raken, geldt dat uitsluitend de directie gerechtigd is tot het opleggen van een ordemaatregel. Voordat de directie tot verwijdering overgaat, kan het ervoor kiezen om eerst een schriftelijke waarschuwing voor een verwijdering te geven. De directie is vrij in zijn beslissing of, en zo ja welke, ordemaatregel genomen zal worden.

Ordemaatregel: Time out

Van time-out is sprake wanneer de leerling één dag of korter het recht op deelname aan het onderwijs wordt ontzegd. Een time-out zal normaal gesproken gedurende een schooldag worden opgelegd en gelden voor die desbetreffende schooldag. De leerling wordt de toegang tot de school ontzegd.
Een ernstig incident leidt tot een time-out met onmiddellijke ingang. Wordt de time-out de volgende dag verlengd dan spreken we over schorsing.

Reden voor time-out

De reden voor een time-out is ontoelaatbaar gedrag of een ernstig incident dat het in het belang van de leerling en/of de school noodzakelijk maakt dat de leerling voor de duur van maximaal één dag niet deelneemt aan de les en niet op school komt.

Procedure voor time-out

1. De directie is bevoegd een time-out op te leggen aan een leerling. Indien de time-out door de schooldirecteur wordt opgelegd, wordt het bestuur hiervan schriftelijk in kennis gesteld.
2. De maximale duur van de time-out bedraagt één dag.
3. De ouders worden zo spoedig mogelijk van het opleggen van de time-out en de grond daarvoor gemotiveerd in kennis gesteld. De ouders dienen zo spoedig mogelijk nadien de zorg voor hun kind van de school over te nemen. Zolang de zorg over de leerling niet aan de ouders kan worden overgedragen, moet de school maatregelen nemen om passende zorg voor de leerling buiten de klas of buiten de school te realiseren. De school stelt de leerling in staat, bijvoorbeeld door het opgeven van huiswerk, te voorkomen dat deze een achterstand oploopt.
4. De directeur deelt het toepassen van de time-out en de reden daarvoor vervolgens schriftelijk aan de ouders mee. De brief wordt aangetekend met bericht van ontvangst en per gewone post verzonden en opgeborgen in het leerlingendossier.
5. De ouders worden uitgenodigd voor een gesprek, dat op korte termijn dient plaats te vinden (bij voorkeur dezelfde dag). Hierbij zijn de leerkracht en degene die de time-out opgelegd heeft aanwezig. Van het incident en het gesprek met de ouders wordt een verslag gemaakt, dat ‘voor gezien’ getekend wordt door de ouders en in het leerlingendossier wordt opgeborgen.

Ordemaatregel: Schorsing

Wanneer de directie besluit om een leerling te schorsen, dan betekent dit dat de leerling tijdelijk het recht op deelname aan het onderwijs wordt ontzegd. Er is sprake van een schorsing wanneer de leerling tijdelijk het recht op deelname aan het onderwijs wordt ontzegd. Wanneer de ontzegging van de deelname aan het onderwijs maximaal één dag omvat, betreft het geen schorsing maar een time-out.

De directie kan een leerling voor een periode van ten hoogste een week schorsen. Het besluit tot schorsing moet schriftelijk aan de ouders bekend worden gemaakt en moet worden toegelicht met opgave van redenen. Duurt de schorsing langer dan een dag, dan moet de directie de onderwijsinspectie schriftelijk en met opgave van redenen (via het internet schooldossier) van de schorsing in kennis stellen. De directie zal voorafgaand aan het schorsingsbesluit de ouders hierover horen. Tijdens de schorsingsdagen gaat de directie in gesprek met de ouders om deze ernstige waarschuwing te onderstrepen en afspraken te maken over het vervolgtraject.

In het schorsingsbesluit moet de directie de redenen van schorsing, de ingangsdatum van de schorsing en de duur van de schorsing aangeven.
De school moet maatregelen nemen om te voorkomen dat de geschorste leerling een onderwijsachterstand oploopt gedurende de periode van schorsing (werk mee naar huis).

Procedure voor schorsing

1. De directeur kan uitsluitend na overleg met het bestuur een leerling schorsen namens het bestuur. Het bestuur ontvangt het schriftelijke schorsingsbesluit dat aan de ouders is gestuurd.
2. Het bestuur kan op grond van artikel 40c lid 1 WPO en artikel 40a lid 1 WEC een leerling voor langer dan 1 dag, doch maximaal een week met opgave van redenen (zie punt 5) schorsen.
3. Schorsing heeft pas plaats na overleg met de leerling, de ouders en de groepsleerkracht, tenzij het in het belang van de school en/of de leerling noodzakelijk is om de schorsing met onmiddellijke ingang te laten ingaan. In dat geval heeft het in de eerste zin genoemde overleg alsnog zo spoedig mogelijk plaats.
4. De directeur deelt het besluit tot schorsing schriftelijk aan de ouders mee, waarbij wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken bij het bestuur schriftelijk bezwaar te maken tegen het besluit. De brief wordt aangetekend met bericht van ontvangst en per gewone post verzonden.
5. De leerplichtambtenaar en de Inspectie van het Onderwijs ontvangen een afschrift van de desbetreffende brief.
6. In het besluit worden de redenen voor schorsing, de aanvang en de tijdsduur daarvan vermeld en eventuele andere genomen maatregelen. De school stelt de leerling in staat, bijvoorbeeld door het opgeven van huiswerk, te voorkomen dat deze een achterstand oploopt.
7. Indien ouders bezwaar maken hoort het bestuur hen over dit bezwaarschrift.
8. Het bestuur neemt binnen 5 dagen na ontvangst van het bezwaarschrift een besluit. Dit besluit wordt zowel per gewone post als aangetekend met bericht van ontvangst aan de ouders verzonden.

Ordemaatregel: Verwijdering

Bij verwijdering wordt een leerling de verdere toegang tot de school ontzegd. Er is sprake van verwijdering, wanneer de directie de leerling niet langer ingeschreven wenst te hebben.

Verwijdering is een ingrijpende maatregel, voor zowel de school als voor de leerling en ouders. Daarom beslist niet de directie over de verwijdering, maar het bestuur.

Drie redenen

Er zijn drie redenen om een leerling te verwijderen:
- De school kan niet aan de ondersteuningsbehoeften van de leerling voldoen.
- Er is sprake van ernstig wangedrag van de leerling of van de ouders.
- Het gedrag van de leerling of de ouders is in strijd met de grondslag van de school.

Ondersteuningsbehoeften
Om te bepalen welke beslissingsruimte het bevoegd gezag heeft, is het van belang vast te stellen of:
- de leerling formeel thuishoort in of toelaatbaar is tot het speciaal (basis)onderwijs dan wel; 

- de leerling formeel thuishoort in het reguliere basisonderwijs.

Wangedrag
Van wangedrag kan in uiteenlopende situaties sprake zijn: (herhaaldelijk) schoolverzuim, overtreding van de schoolregels, agressief gedrag, bedreiging, vandalisme dan wel seksuele intimidatie. Verwijdering is een sanctie. Ook het wangedrag van ouders, zoals (herhaalde) intimidatie van leerkrachten, kan een reden zijn om een leerling te verwijderen. Of het bestuur tot verwijdering kan overgaan, hangt van de omstandigheden van het geval af. Er is geen algemene lijn. Het wangedrag moet in elk geval ernstig zijn. 


Grondslag van de school
Onder bepaalde omstandigheden kan het bevoegd gezag een leerling verwijderen, omdat diens gedrag wezenlijk in strijd is met de grondslag van de school. Ook het verzuim van godsdienstlessen, terwijl die lessen statutair essentieel zijn voor de grondslag, kan een reden voor verwijdering zijn. De vrijheid van onderwijs geeft deze ruimte. Voorwaarde is dat het verwijderingsbesluit is terug te voeren op een consistent beleid.

Gedragsprotocol

Als een leerling niet weet wat de regels van de school zijn, kan de leerling niet op grond van overtreding van die regels worden verwijderd. Verwijdering dient daarom gebaseerd te zijn op een gedragsprotocol dat regels en grenzen stelt aan het gedrag van leerlingen en aangeeft wanneer de directie/bestuur sancties kan opleggen. Deze sancties moeten worden omschreven, evenals de besluitvormingsprocedure.
Iedere school binnen SKBG heeft het gedragsprotocol op de website staan.

Procedure voor verwijdering

De onderstaande procedure gaat er nadrukkelijk van uit dat het gestelde in de voorgaande paragrafen reeds in acht is genomen.
- Eerst wordt er een voorgenomen besluit tot verwijdering medegedeeld, daarna het definitieve besluit.
- Ouder(s)/verzorger(s) worden schriftelijk uitnodigd voor een gesprek waarin wordt gesproken over het voornemen van de school om over te gaan tot verwijdering. Het voornemen wordt goed onderbouwd door de directie. De reden en het doel van het gesprek worden aangegeven, alsmede de verdere procedure, zoals de mogelijkheden om na de schriftelijke mededeling en na een definitief besluit daartegen bezwaren kenbaar te maken.
- Als het gesprek met de ouders geen aanleiding vormt om van het voornemen af te zien, dan wordt dit door de directie schriftelijk onderbouwd, met verwijzing naar het gesprek.
- Voor alle redenen van verwijdering geldt dat er definitief tot verwijdering over kan gaan als een andere school bereid is om de leerling toe te laten. Dit betekent dat de school een resultaatsverplichting heeft en op zoek moet gaan naar een andere school voor de te verwijderen leerling.
In het definitieve verwijderingsbesluit moet aangegeven worden wat de reden is voor verwijdering. Daarnaast moet in het verwijderingsbesluit staan welke school bereid is om de leerling toe te laten en wat de datum van verwijdering is. Voorts geldt dat in het verwijderingsbesluit een bezwaarclausule opgenomen moet worden, waarin staat vermeld dat als de ouders het er niet mee eens zijn, zij de mogelijkheid hebben om binnen zes weken na dagtekening van het besluit een bezwaarschrift in te dienen bij het bevoegd gezag.

Geschil over een verwijderingsbesluit

Bij een geschil over de verwijdering van een leerling, kunnen ouders ervoor kiezen om een bezwaarprocedure te volgen of andere wettelijke stappen te ondernemen. Zo kunnen ouders tegen een verwijderingsbesluit bezwaar aantekenen bij het bestuur. Dit bezwaarschrift moet binnen zes weken nadat het verwijderingsbesluit is genomen, zijn ingediend. Vervolgens dient het bestuur binnen vier weken een beslissing op het bezwaar te nemen.

Tegen de beslissing op bezwaar die het bestuur neemt, kunnen ouders de beslissing op bezwaar aanvechten bij de civiele rechter.
Ouders kunnen er ook voor kiezen om een geschil aanhangig te maken bij de Geschillencommissie passend onderwijs. Alle scholen en samenwerkingsverbanden dienen aangesloten te zijn bij deze commissie. De termijn voor het indienen van het verzoekschrift is zes weken. Dit betekent dat ouders het schriftelijk verzoek binnen zes weken na de bekendmaking van het verwijderingsbesluit moeten indienen bij de commissie.

De Geschillencommissie brengt op verzoek van de ouders binnen tien weken een advies uit aan het bevoegd gezag. Het gaat hier om een niet-bindend advies waartegen geen bezwaar of beroep kan worden ingesteld. Indien een geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie en de ouders bezwaar hebben gemaakt tegen de beslissing over de verwijdering, neemt het bestuur de beslissing op bezwaar niet dan nadat de commissie uitspraak heeft gedaan. De termijn voor het nemen van de beslissing op bezwaar wordt dan opgeschort met ingang van de dag waarop het geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie, tot de dag waarop de commissie het advies heeft uitgebracht. Voordat de ouders naar de Geschillencommissie gaan, kunnen zij als tussenstap de Onderwijsconsulenten inschakelen. Onderwijsconsulenten kunnen bemiddelen in de fase waarin nog geen geschil aanhangig is bij de commissie.
De laatste optie die ouders hebben, is een oordeel vragen bij het College voor de Rechten van de Mens. Dit kan als zij van mening zijn dat het bevoegd gezag bij de verwijdering een verboden onderscheid heeft gemaakt of discrimineert op grond van een handicap of chronische ziekte. De uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens zijn niet bindend, maar worden meestal wel opgevolgd door het bevoegd gezag.

Bereikbaarheidsgegevens

SKBG Onderwijs
Voorzitter College van Bestuur dhr. P. Appel
Rijksstraatweg 119a
7231 AD Warnsveld
0571 26 11 09

Geschillencommissie Passend Onderwijs
https://onderwijsgeschillen.nl/doelgroep/voor-ouders-en-verzorgers

College voor de Rechten van de Mens
http://www.mensenrechten.nl

De Onderwijsconsulenten
https://onderwijsconsulenten.nl